Kruisen met een ander voertuig
Twee voertuigen kruisen elkaar wanneer ze elkaar in tegengestelde richting tegemoetkomen. Ze kruisen elkaar rechts en laten voldoende zijdelingse afstand.
- De bestuurder moet rechts houden wanneer dat nodig en mogelijk is.
- Als hij een hindernis, stilstaand voertuig of te smalle rijbaan tegenkomt, moet hij vertragen en zo nodig stoppen.
- De gelijkgrondse berm mag worden gebruikt om het kruisen te vergemakkelijken, op voorwaarde dat niemand in gevaar wordt gebracht.
- Het is verboden een trottoir, fietspad of verhoogde berm te gebruiken om een voertuig te kruisen.

Een spoorvoertuig kruisen
Spoorvoertuigen die op de rijbaan rijden, moeten rechts worden gekruist. Links kruisen is alleen toegestaan als de doorgang rechts onmogelijk is wegens de geringe breedte, een stilstaand of geparkeerd voertuig of een vaste hindernis, en op voorwaarde dat de tegenliggers niet worden gehinderd of in gevaar gebracht.
Kruisen op een kruispunt
Op een kruispunt kruisen voertuigen elkaar eveneens rechts. Als twee bestuurders links willen afslaan, rijden ze in beginsel achter elkaar langs, behalve als witte pijlen of markeringen een ander traject opleggen.
| Geval | Regel | Gedrag |
|---|---|---|
| Gewone weg | Rechts kruisen | Voldoende zijdelingse afstand laten. |
| Hindernis aan uw kant | U vertraagt of stopt | Laat tegenliggers zo nodig doorgaan. |
| Zeer smalle rijbaan | Extra voorzichtigheid | Gebruik de gelijkgrondse berm alleen zonder gevaar. |
| Spoorvoertuig | In beginsel rechts kruisen | Alleen links als de doorgang rechts onmogelijk is en dit veilig kan. |
Regels gecontroleerd op 30 september 2026
