Les 8.2 · Regels voor parkeren · 2 min lezen
De regels voor parkeren
Parkeren betekent een plaats langer innemen dan voor het in- en uitstappen of laden en lossen nodig is. De bestuurder moet dus een toegelaten plaats kiezen en zijn voertuig veilig achterlaten.

Langsparkeren, haaks parkeren en schuin parkeren.
| Type | Principe | Aandachtspunt |
|---|---|---|
| In de lengterichting | Het voertuig staat evenwijdig met de rand van de rijbaan. | Zet het voertuig goed rechts en kom niet op een fietspad of trottoir. |
| Haaks | Het voertuig staat loodrecht op de rand van de rijbaan. | Let bij het achteruitrijden op voetgangers en voertuigen. |
| Schuin | Het voertuig staat schuin. | Neem de richting van de markeringen in acht en blijf binnen de parkeerplaats. |
Voorzorgsmaatregelen bij het verlaten van het voertuig
- Voordat u een portier opent om in of uit te stappen, moet u nagaan of u geen fietser, voetganger of andere bestuurder hindert of in gevaar brengt.
- De parkeerrem moet zijn aangetrokken en de wielen moeten zo nodig worden geblokkeerd.
- De bestuurder moet elk onrechtmatig of gevaarlijk gebruik van het voertuig door iemand anders voorkomen: sleutel meenemen, portieren sluiten en de diefstalbeveiliging gebruiken als het voertuig die heeft.
- Het is veiliger de boorddocumenten mee te nemen dan ze in het voertuig achter te laten.
- Bij pech, een ongeval of verlies van lading die niet onmiddellijk kan worden verwijderd, moet de gevarendriehoek worden geplaatst om andere weggebruikers te waarschuwen.
Regels gecontroleerd op 30 september 2026
