Les 2.6 · Voortbewegingstoestellen · 1 min lezen
Steps en voortbewegingstoestellen
Voortbewegingstoestellen, zoals steps, komen in verschillende gedeelde ruimten voor. Het belangrijkste is dat u uw snelheid aanpast aan de gebruikte ruimte en aan de aanwezigheid van voetgangers.

Voortbewegingstoestellen: de snelheid en de toegelaten ruimte bepalen het juiste gedrag.
Belangrijkste te onthouden regels
| Situatie | Verwacht gedrag |
|---|---|
| Op een deel dat met D10 is aangeduid | Voetgangers, fietsers en bestuurders van voortbewegingstoestellen verplaatsen zich er volgens de aangeduide ruimte, zonder alleen met de snelheid van het toestel rekening te houden. |
| Op een verplichte weg voor voetgangers D11 | D11 is voor voetgangers en niet-gemotoriseerde toestellen op wandeltempo. Elektrische steps volgen ook op wandeltempo de fietsregels; een wettelijke uitzondering geldt voor toestellen uitsluitend voor personen met beperkte mobiliteit. |
| In een toegankelijke voetgangerszone | Toegelaten bestuurders rijden stapvoets en maken de doorgang voor voetgangers vrij. |
| In een speelstraat | Toegelaten bestuurders rijden stapvoets, verlenen voorrang aan spelende voetgangers en stoppen zo nodig. |
| Bij kinderen of een hoge voetgangersdichtheid | Sinds 1 september 2026 is een helm verplicht voor gemotoriseerde toestellen met een constructiesnelheid boven 20 km/u. Vertraag bij kwetsbare weggebruikers. |
Regels gecontroleerd op 30 september 2026


